Een variabele kan opgevat worden als een hokje in het computergeheugen, waarin een bepaalde waarde onthouden kan worden en dat aangeduid wordt met een bepaalde naam. Iets abstracter: een variabele is een combinatie van een naam en een bijbehorende waarde. De waarde van een variabele kan tijdens de verwerking van een programma een of meer keer veranderd worden.
In Java moeten alle namen aan bepaalde regels voldoen. Dit geldt niet alleen voor de namen van variabelen, maar ook voor de namen van methoden of klassen. Ze moeten altijd beginnen met een letter, en mogen naast letters alleen cijfers of lage streepjes (_) bevatten. Sleutelwoorden (zoals new, of void) mogen niet als naam worden gebruikt.
Verder is er een aantal afspraken of conventies, waar alle Java-programmeurs zich aan houden. Zo is het gebruikelijk om namen van klassen altijd met een hoofdletter te laten beginnen, en namen van variabelen en methoden altijd met een kleine letter. Wat ook een belangrijke Java conventie is, is het gebruik van camelcasing. Dit is het schrijven van hoofdletters op plaatsen waar een nieuw woord begint. Voorbeeld: camelCasing.
Wanneer een variabele voor het eerst genoemd wordt in een programma, wordt hij gedeclareerd. Bij de declaratie moet ook worden aangegeven van welk type de variabele is. Dit type bepaalt welk soort waarden de variabele kan krijgen. Een variabele van het type int krijgt als waarden gehele getallen. Een variabele van het type String krijgt stukjes tekst als waarden, en een variabele van het type double, krijgt gebroken getallen (bijvoorbeeld 1.2) als waarden. Een variabele kan ook objecten als waarden krijgen. Het type is dan een referentietype. Dit in tegenstelling tot de primitieve typen int en double. Het verschil in type heeft gevolgen voor de manier waarop de variabelen worden verwerkt.
Het verschil is te zien in de naamgeving. De namen van primitieve typen beginnen met een kleine letter en zijn sleutelwoorden in Java. De namen van referentietypen beginnen met een hoofdletter.
De belangrijkste manier om een variabele een waarde te geven is de toekenning. De algemene vorm van een toekenning is: variabelennaam = waarde;
Declareren en toekennen kan ook tegelijkertijd, de vorm wordt dan:
type variabelennaam = expressie; (de expressie is de waarde, maar kan bestaan uit een som of iets dat eerst nog uitgevoerd moet worden).

Reacties
Een reactie posten